Slotfestijn: Historische basis

E-mailadres Afdrukken PDF


 
                     
Het boek van Kieviet,

de geschiedschrijving
 
en het Slotfestijn 

tekst © en foto’s Carla Kager                                                  

Niets uit dit artikel mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de schrijfster.  Het is geregistreerd bij File-reg.international.

Het boek van Kieviet: inspiratie voor het Slotfestijn
 Schoolmeester Johan C. Kieviet schreef ‘Het Slot op den Hoef’ in 1897.  Het jeugdboek was een groot succes en werd vele malen herdrukt.  Het boek inspireerde menigeen om zich in de bijzondere Egmondse geschiedenis te verdiepen. Zo staat er in het Museum van Egmond een model van het kasteel, gemaakt van 25.000 steentjes door een lezer. Op de Sint Jozefschool in Egmond aan den Hoef las meester van Os het boek elk jaar voor aan zijn klas. Op Hoever Jos Hof maakte dat zo’n indruk dat hij de historie van het Slot niet meer heeft los gelaten. Ook hij bouwde een prachtig model van het kasteel, dat op 9 juni is te zien op zijn tentoonstelling in de Slotkapel, samen met alle uitgaven van het boek. 

Het boek van Kieviet is gebaseerd op ware gebeurtenissen in 1203/1204, maar wel geromantiseerd. De edele figuren hebben echt bestaan, maar de burgers en de Lange Dood zijn verzonnen. Het is de tijd van Heer (niet graaf) Wouter ofwel Kwade Wouter en abt Franco die met elkaar in onmin leven. Op de voorplaat staat de jager Jan van’t Rief, de trouwe metgezel van Wouter. Hij is een soort Robin Hood, die symbool staat voor de gewone Egmonder uit die tijd. Ook toen had je natuurlijk al jutters en stropers, vissers en jagers. In het boek spelen gewone mensen minstens zo’n belangrijke rol als de machthebbers en dat bevalt ons wel.
We zijn immers de vrije Kennemers van weleer.

In grote lijnen gaat het om de strijd wie de nieuwe graaf van Holland wordt. Kwade Wouter staat met graaf Willem aan de kant van de Friezen, met name de West-Friezen. Lodewijk van Loon, getrouwd met de jonge Ada van Holland is de tegenpartij. De Loonse oorlogen: het werd moord en brand, ook in Egmond.
Dit alles tegen de achtergrond van een landschap van opstuivende duinen, het woud waarin nog wilde beesten leefden en met stormvloeden nog vers in het geheugen. Het was letterlijk een gevaarlijke, stormachtige tijd!

De Hoeve van Kwade Wouter – waaraan Egmond aan den Hoef haar naam dankt - zou uitgroeien tot de grootste en schoonste burcht van Holland.

 

‘Het Slot op den Hoef’ in het kort.
Aan het begin van het boek maken we kennis met de jonge jager Jan van ’t Rief en zijn hond Snel. Jan is de vertrouweling van heer Wouter een knappe en dappere knaap van 17 die niet alleen een wild zwijn weet te verslaan, maar ook de meier van de abdij –in het boek de Lange Dood genoemd - die op zijn pad komt. Thuis gekomen op het Slot is daar ook Ite, het zusje van Jan. Op de binnenplaats zijn twee rondtrekkende artiesten bezig: Ocke en Sjaerd. Ze zijn duidelijk van Friese afkomst en het blijken krijgers in vermomming te zijn. Ze brengen een boodschap over van de bevriende Graaf Willem.

Nog dezelfde avond gaat heer Wouter naar de Zijpe om graaf Willem te ontmoeten en daar verneemt hij dat het spannend gaat worden rond de opvolging van de Hollandse graaf Dirk VII die op sterven ligt. Hij belooft om samen met heer Albert Banjaert uit Sint Agathenkerk (nu Beverwijk) aan het hoofd van de Kennemers de Friese graaf te steunen. Op de terugweg ontstaat er een gevecht met krijgers van de abdij, maar Wouter wordt gered door Jan van ’t Rief, zijn broers Jacob, Pieter en Cornelis en door Ocke en Sjaerd.

Dan maken we kennis met het hof van de Hollandse graaf in Dordrecht: De 15-jarige Ada is vreselijk bedroefd als haar vader sterft: de graaf van Holland Dirk VII. Haar moeder wil de macht in eigen huis houden en heeft geregeld dat graaf Lodewijk van Loon al in de buurt is. Terwijl de dode opgebaard is, wordt het huwelijk al gesloten tussen de bedroefde Ada en van Loon. Na enkele weken willen ze via Haarlem naar Egmond reizen, waar de dode graaf in de abdij zal worden bijgezet, maar ze komen er niet aan.

In Haarlem ruiken ze onraad. Daar blijkt ook de Friese graaf Willem te zijn, vergezeld door Jan de jager. Beiden zijn vermomd, net als Ocke en Sjaerd die overal opduiken waar zij berichten kunnen doorgeven. Van Loon en Ada vluchten, maar in Leiden wordt Ada gevangen genomen. Onze vrienden graaf Willem en Jan de Jager worden zelf onderweg door de vijand aangevallen, maar tijdig gered door Willem van Teijlingen. Dezelfde die ervoor zorgt dat Ada wordt verbannen naar Engeland. Het is zijn nichtje en hij behandelt haar wel met alle respect. Toch is het nog lang niet over met de strijd.

De kansen keren en graaf van Loon is weer aan de winnende hand. Hij heeft de bisschop van Utrecht (het Sticht) aan zijn kant en nog wat edelen die zijn partij hebben gekozen. Hij verovert Zeeland en Zuid-Holland en dringt al door tot het slot van Albert Banjaert, waar het beleg wordt geslagen. Nadat dit in vlammen is opgegaan, klinkt het gedreun van stormrammen bij het Slot op den Hoef. De Vrouwe van Egmond mag niet blijven van Heer Wouter en vlucht met zoontje Willem. Dat is maar goed ook, want ook het Slot op den Hoef gaat in vlammen op. Kwade Wouter wordt gevangen genomen en in een kasteel in Heemskerk in de kerker gegooid, maar Ite weet te vluchten en ook haar broers.
 Hoe het verder gaat, verklappen we hier niet.  

Slotfestijn: Hier zijn we aangekomen op de dag in 1204 die we spelen op het Slotfestijn.  Alleen de resten van het Huys van Wouter zijn er nog. De vrouwe zit er treurend om haar verdwenen huis en om haar man die gevangen zit. Ze krijgt bezoek van familie, bevriende edelen en artiesten om haar te vermaken.

 

Waarom deze periode gekozen voor het Slotfestijn?
Van de roerige periode rond 1200 is door de monnik Allinus veel opgeschreven in de Egmondse jaarboeken ofwel de ‘Annales Egmundenses’, die eindigen in 1206. Over die tijd is dus veel meer bekend en meer duidelijk dan van daarvoor, ook al weten we niet alles zeker. Kwade Wouter wordt wel de stamvader genoemd van de heren en graven van Egmond. Kieviet nam deze periode voor “Het Slot op den Hoef”en voor het Slotfestijn kunnen wij veel daarvan gebruiken, juist ook omdat er gewone burgers in voorkomen. In de echte historie kom je die immers nauwelijks tegen. We zijn echter voor het Slotfestijn ook nog eens goed in de geschiedenis boeken gedoken en in boeken over het duinlandschap. Er zijn de laatste jaren schitterende boeken uitgekomen die onder andere bij de abdij en bij Historisch Egmond te koop zijn.  Zie de boekenlijst onder aan dit stuk.



Geschiedenis van het Slot op den Hoef
De geschiedenis van het Egmond aan den Hoef heeft alles te maken met de abdij van Egmond die al voor het jaar 1000 was gesticht door Dirk I de eerste graaf van Holland. Toen het grondgebied van de abdij sterk werd uitgebreid, droeg abt Wouter van Gent in 1129 het beheer op aan een ‘advocatus’ of rentmeester uit het geslacht Egmond. Deze Berwout verkreeg een hoeve (een stuk grond) en zes woningen. De elkaar opvolgende rentmeesters kregen steeds meer macht en gingen hun functie als erfelijk beschouwen.

Zij versterkten hun hoeve eerst tot een ronde burcht en later een groot kasteel. Eeuwenlang bleef het in bezit van de heren van Egmond, die zich rond 1500 ook graaf mochten noemen. Het kasteel en de abdij werden in 1573 verwoest door de troepen van Sonoy. Die streden voor Willem van Oranje en staken voor de Spanjaarden uit alles in de brand, om van hen te kunnen winnen.

Slotfestijn: Misschien is er wel een persoon met bijzondere gaven die dit alles voorspelt.


Het kasteel begon op het rondeel
Het boek van Kieviet bevat veel historisch juiste details. Maar Kieviet schreef het in 1897 met de kennis van toen. Het eens zo machtige kasteel was al lang verdwenen en de resten lagen onder een moerassig gebiedje, begroeid met riet. Alleen een stukje van de rentmeesterstoren, waarin vroeger het uurwerk zat, stond er nog en verder niets. Kieviet ging er van uit dat het kasteel in 1204 al een grote stenen burcht was. Jammer genoeg is daarvoor geen bewijs gevonden, hoewel de abdij al wel van steen was.

Wat we nu weten, komt doordat de provincie  Noord-Holland het gebied kocht in 1933 en toevertrouwde aan het waterleidingbedrijf  PWN. Om mensen werk te verschaffen in crisistijd, liet het PWN deze historische plek helemaal uitgraven. Men was verbaasd over de omvang van het vroegere kasteel. Het Muider Slot zou er wel drie keer in passen! Bij die opgravingen vond men ook de resten van een ronde burcht, een gevechtstoren en van een brug. Zo ontdekten ze het oudste stuk van het Slot op den Hoef: het rondeel.

Het rondeel heeft een rechte kant waar tegen een langwerpig huis heeft gestaan, met daar omheen eerst een versterking van palen, later een stenen muur. In de gevechtstoren konden de heer van Egmond en zijn getrouwen zich terugtrekken als ze werden aangevallen. De brug leidt naar het voorhof.
Het is niet duidelijk of dit de situatie is van voor de brand in 1204 door Lodewijk van Loon, of van kort na die tijd.

Voor het Slotfestijn gaan we ervan uit dat dit de plek is van het huis van Kwade Wouter en zo niet, dan woonde hij vlakbij. Van een echt kasteel was dus ook bij de herbouw na de brand waarschijnlijk nog geen sprake, maar in de loop van die eeuw kwam het wel van de grond. (Bron: Kennemerland in Prehistorie en Middeleeuwen door  prof. E.H.P. Cordfunke)

Slotfestijn. We zien er graag een schilder die het ontwerp van de nieuwe burcht schildert, op deze dag in 1204, nu ’s Heeren Wouters Huys met de grond is gelijkgemaakt.



De abdij en de graven van Holland
Centraal in de geschiedenis van Holland en natuurlijk van de Egmonden, staat onmiskenbaar de abdij van Egmond van de orde der Benedictijnen, gesticht door Dirk I, de graaf van Holland. Kloosters verwierven vaak veel grondbezit van adellijke families en van mensen die de kerk hun grond nalieten. Als grootgrondbezitter van wel 3000 hectaren grond, oefende de abt het gezag uit namens de graaf van Holland. We komen nog altijd invloeden van de abdij tegen in andere delen van Noord- en Zuid-Holland.

De monniken deden al voor 1200 veel aan grondverbetering, dijkenbouw en waterwegen. Er waren in die tijd nog horigen, maar ook vrijen (vaak ambachtslieden) die werkten voor het klooster. De abdij was ook een belangrijk centrum voor het schrijven en overschrijven van boeken in het scriptorium en er was een kloosterschool.

Eeuwen lang was de abdij – en ook het scriptorium - nauw verbonden met de graven van Holland en die werden er ook begraven. De laatste was graaf Dirk VII die in 1203 overleed. Daarna waren de Hollandse graven meer gericht op Zuidelijk Holland. Met deze Hollandse graven hadden de monniken soms wel wat te stellen. Berucht is Gravin Petronilla, die stierf in 1144 en die de abdij veel schade toebracht. Aleid van
Kleef, de fanatieke moeder van Ada (in het boek Adelheide genoemd) vestigde in 1197 in de abdij haar hoofdkwartier toen zij de Hollandse troepen aanvoerde tegen de West-Friezen. De abdij kwam opnieuw voor hoge kosten te staan bij de begrafenis van DirkVII, terwijl die zelf rijk genoeg was. De abdij was er niet over te spreken.

Bij het Slotfestijn zullen we de monniken in en bij de slotkapel zien en Gregoriaans horen zingen. In werkelijkheid zou de slotkapel in 1229 zijn gesticht door Willem I, de zoon van Kwade Wouter en opgedragen aan de heilige Catharina. Ook toen werd de kapel door monniken van de abdij bestierd.




De abdij van Egmond en Sint Adelbertus
Het Egmondse klooster werd opgedragen aan de patroonheilige Adelbertus.
Zijn gebeente was overgebracht van zijn oorspronkelijke graf - waar nu de Adelbertusakker is - naar de abdijkerk. Daarbij was volgens de overlevering een geneeskrachtige bron ontstaan, waar vooral oogleiders en zenuwzieken genezing zochten: het Adelbertusputje. Elk jaar werd die overbrenging (translatio) op 15 juni gevierd.
Er moeten veel pelgrims, bedelaars kooplieden en andere reizende figuren op af zijn gekomen, vooral rond die 15e juni. Want dan was er jaarmarkt in Egmond en later ook kermis.

Bij het Slotfestijn zijn de eerste reizende kooplieden, kwakzalvers, muzikanten en bedelaars al gearriveerd. En zoals gewoonlijk komen er ook West-Friezen op af. Moeders, pas op je dochters!




Afbeelding: het Adelbertusputje en Sint Adelbertus, vervaardigd door Jos Apeldoorn.


'Egmont op Zee', gesticht door de abdij
Omstreeks het jaar 977 liet Walgerus, rentmeester van de abdij, een tiental huisjes bouwen bij de zee voor vissersfamilies. Als tegenprestatie moesten de vissers elke tiende vis naar de monniken brengen. Maar omstreeks 1200 eigende Kwade Wouter zich dat recht toe ten koste van de monniken. De monniken stichtten hier een kerkje dat uitgroeide tot de grote Sint Agnietkerk, die in 1743 in zee stortte.

Slotfestijn:  drie echte Derper broers (Gerard, Piet en Jan Stam) komen hun vis voor het eerst ‘op de Hoef’ brengen. Onwennig, niet wetend waar ze moeten zijn. We zien ze varen in het bijbootje van de Pinck dat ze ergens hebben gepikt. Want ze zijn natuurlijk niet uit Egmond aan Zee komen varen. En of ze erg goed tellen bij het afdragen van de vis is ook maar de vraag.  

 

De abdij: hoogte-en dieptepunten
De abdij was eens een groot en belangrijk geestelijk centrum en kende zo haar hoogte- en dieptepunten. Het geslacht ‘Egmond’ wilde als rentmeester geen leen, maar een eigen gebied en dat gaf spanningen. De abdij heeft dan ook veel te stellen gehad met de heren van Egmond.

De abdij werd net als het kasteel verwoest in 1573 evenals alle andere kerken en boerderijen uit de omgeving. Een groot drama, aan het begin van de oorlog tegen de Spaanse overheersing. Veel materiaal werd benut om Alkmaar te verdedigen en daar begon de victorie.

De Egmondse abdij is in de jaren dertig van de vorige eeuw herbouwd tegelijk met de opgravingen van het oude Slot. Het is nog altijd een bijzonder spiritueel centrum met een prachtig bezoekerscentrum en museum. De historie wordt er diep gevoeld. Dankzij de jaarboeken en andere geschriften van de abdij weten we veel uit het verre verleden.

Slotfestijn: De figuur ‘de Lange Dood’ van de abdij is niet historisch en zwaar aangezet. Er zijn verhalen over vechtpartijen met Kwade Wouter waaraan tegenwoordig wordt getwijfeld. Het is bekend dat de verhouding met de abdij niet best was, maar er is ook samenwerking geweest. Wij leggen liever de nadruk op de grote verdiensten van de abdij. De pottenbakkerij en kaarsenmakerij zijn ook op het Slotfestijn vertegenwoordigd.


Eigengereide Kennemers
In en rond Egmond is men bijna vergeten dat ons woongebied al 13 eeuwen onderdeel is van Kennemerland en dat wij hier de vrije Kennemers waren. (Zie kaartje aan het eind). Maar het pást wel bij de eigengereidheid van de kustbewoners en duinkanters.  We waren vast geen gemakkelijke onderdanen.
De Kennemers schaarden zich met Kwade Wouter aan de zijde van de West-Friezen.


Kennemerland of Kinheim
In de Romeinse tijd werd het hele gebied langs de Noordzeekust nog aangeduid als 'Frisia’, maar begin achtste eeuw (de tijd van Sint Adelbert) werd het veroverd door de Frankische koningen. Er ontstond toen al een Frankische gouw met de naam 'Kinnehim' of 'Kinheim', de kuststrook boven de monding van de Rijn met ook Haarlem daarin. Wellicht is er een verband met het Keltische of Fries-Angelsaksische woord 'kin' (familie). Dan zou Kinheim  'erfland' betekenen.

 
Opstandige West-Friezen
Na de Franken volgde Friese overheersing en invallen van Noormannen. Krijgsheren hadden het toen voor het zeggen. Drie eeuwen lang streden de West-Friezen (Frisia begon boven Alkmaar) en de Hollanders om de macht.

In 1167 schreef een monnik van de abdij over de geboorte van een lam met twee achterlijven. Hij zag die gebeurtenis als een symbool voor de tweespalt binnen het graafschap Holland met die altijd weer opstandige West-Friezen en Kennemers. Egmond leek daarin een soort scharnierpunt te zijn. Overigens wordt in de geschiedenis ook gesproken over Midden-Friesland en Friesland. Oorspronkelijk was het éen gebied, maar door stormen was de Zuiderzee ontstaan.

Het Hoever Dorpsfeest en daarmee het Slotfestijn wordt geopend door een Friezin: burgemeester Hafkamp.
En menig deelneemer of bezoeker is van (West-)Friese afkomst.


Kwade Wouter en de Loonse oorlog
Machtige Heren waren al eeuwen lang bezig om hun gebied uit te breiden door oorlog, intriges en slim trouwen. Zo ontstonden grotere gebieden waarvan de machtigste man zich graaf noemde. Die graaf werd in de strijd weer gesteund door edelen.
Rond 1200 was het Wouter, bijgenaamd de Quade (kwaad = moedig), die na een geslaagde kruistocht tot de hoge adel behoorde en de titel van ridder mocht voeren en heer van Egmond was.
Heer Wouter belandde in wat later heette ‘de Loonse oorlogen’ die uitbraken toen graaf DirkVII van Holland overleed. De aloude strijd tussen Holland en de West-Friezen laaide op. Toen verscheen Willem op het strijdtoneel. Hij was een broer van de overleden graaf en na zijn kruistocht wilde ook hij meer macht. Willem sloot zich aan bij de opstandige West-Friezen in Drechterland en noemde zich graaf van Friesland.

Graaf Willem  werd onder meer gesteund door Kwade Wouter en door Albert Banjaert uit Beverwijk (toen Sint  Aegtendorp). Ze stonden samen aan het aan het hoofd van de Kennemers. Andere bondgenoten waren: Jan van Rijswijk, Jan Persijn, Jacob en Filips van Wassenaar, Willem van Teijlingen en Simon van Haarlem (die later over liep naar van Loon)  De kansen keerden enkele malen en in1204 werden zowel het versterkte huis van Banjaert als dat van Kwade Wouter in de brand gestoken door van Loon’s troepen. Na veel strijd is echter graaf Willem I toch de graaf van Holland geworden.

Slotfestijn: Het is mooi om mee te maken dat o.a. muzikanten uit de regio Castricum/Beverwijk (waar Albert Banjaert vandaan kwam) het Slotfestijn weten te vinden. Er blijken historische vriendschapsbanden te zijn, die we al bijna waren vergeten. Zouden er daarom ook zoveel ‘Wijkers’ wonen in Egmond?

 
Ada van Holland (ca. 1188-1223)
Zij was de enige overgebleven dochter van de graaf van Holland Dirk VII en van Aleid van Kleef, nadat haar zusje is overleden. Ze is genoemd naar haar grootmoeder Ada van Schotland, een dochter van de Schotse Koning. Haar moeder heet in het boek Adelheide. Ada wordt gevangen genomen en naar Engeland verbannen, verscheept via Texel.
Ze wordt wel met respect behandeld en toevertrouwd aan haar oom Willem van Teylingen. Ze blijft er vier jaar, komt nooit aan de macht en sterft kinderloos.

Slotfestijn: Iedereen moet weten wie Ada is. Het is denkbaar dat zij onderweg naar Texel een tijdje in Egmond gevangen heeft gezeten. Er wordt goed op haar gepast, en ze wordt beschouwd als een edelvrouw, maar de Vrouwe van Egmond moet niets van haar hebben.


Kwade Wouter en zijn vrouwen
Wouter ’s huis staat er dus niet meer en zelf is hij in de strijd gevangen genomen, zoals ook in het boek van Kieviet. Wouter is gehuwd met Klementia van Gelre, in het boek alleen ‘de Vrouwe’ van Egmond genoemd. Ze is van hoge adel, net als de Egmonds. het moet een gruwel zijn geweest: het huis verbrand en haar man in de kerker. 
Klementia is de moeder van zoontje Willem, de opvolger van Kwade Wouter. In de geschiedenisboeken is de leeftijd van Willem niet overal het zelfde. Ook is er soms sprake van andere zonen. Kieviet heeft die onduidelijke jongens maar weggelaten.

Slotfestijn: Het aardige is dat het zoontje wordt gespeeld door een jongen die echt Willem heet. Let op: de zoon van kwade Wouter is dus heer Willem I van Egmond, niet te verwarren met graaf Willem I van Friesland en later ook van Holland.

De vrouw van Wouter wordt in sommige boeken Mabilia of Mabelia genoemd. Soms worden. Haar rol is onduidelijk. Vandaar dat er op het Slotfestijn ook een Mabelia rond loopt waarover wordt gepraat als ze het zelf niet kan horen.



Over Jan, Ite en de broers uit het boek
Er is een heel oud verhaal dat heer Wouter is bevrijd door vier broers uit Egmond: Jan, Cornelis, Pieter en Jacob. Of het op waarheid berust? Het is een goed verhaal, dat ook Kieviet in zijn boek heeft gebruik, met hun zusje Ite nog daarbij. In de officiële geschiedschrijving komen maar weinig gewone mensen voor, terwijl die toch ver in de meerderheid waren.

Slotfestijn: Oude verhalen zijn ook een vorm van geschiedenis en het boek van Kieviet behoort tot ons cultureel erfgoed. De schrijver heeft bewust sommige gebeurtenissen een paar jaar naar voren gehaald en in elkaar geschoven voor de loop van het verhaal. Voor het Slotfestijn komt ons dat goed uit, omdat we maar één dag spelen en niet een paar jaar.
Ook Slot Torenburgh wordt genoemd in het boek. Maar of jager Jan er ook heer is geworden? En of hij precies zo is getekend als men er vroeger uit zag? We moeten bij al ons enthousiasme ook nuchter blijven en beseffen dat, hoe goed we het ook proberen, we nooit alles uit die tijd precies kunnen weergeven.  Jan is gewoon onze held.
De kinderen op school herkennen hem al.

 

De omgeving van Egmond rond 1200
De omgeving bepaalde sterk het leven van de mensen.  Het water van de Egmonder- en Berger meer met eilandjes daarin, was vlak bij. De Abdij was in de verte te zien, misschien wel met monniken of horigen bezig met een dijkje. Er was een vaarverbinding met Alkmaar en met de abdij. Men teelde gerst, gierst, rogge, tarwe en peulvruchten zoals grote bonen en men had vee, kippen, schapen en geiten. De mensen zochten eetbare planten, wortels en vruchtjes. De begroeiing in duin was ongeveer net als nu en in het woud leefden wilde dieren als het everzwijn, herten en naar men beweert, zelfs wolven.

Aan de binnenkant van de duinen liep de eeuwenoude Heerenweg. Ging je naar het Noorden, dan kwam je door het grote woud dat Wimmenum heette. De kust lag toen honderden meters meer naar het Westen, maar kalfde af. De kustafslag waar we nu mee te maken hebben, was toen al aan de gang. Waar afslag is, ontstaan steile randen en bij het droog vallen waait er veel zand weg. Zo zijn er in de 11e en 12e eeuw veel jonge duinen ontstaan. Het moet vaak erg gestoven hebben in onze streken.

Slotfestijn: Spelers kunnen het hebben over het weer, over wat er groeit en bloeit en de oogst. Misschien staat er hert of wild zwijn op het menu en zeker veel vis.



De rampen van het water
Hierbij een kaartje uit 1300. De West-Friese omringdijk met haar ‘dwangburchten’ om de West-Friezen in bedwang te houden, bestond nog niet in 1200 . Maar het vele water elders klopt aardig met de periode van het Slotfestijn. Ilustratie. Bert Stamkot, bureau MAP Amsterdam, naar ROB Amersfoort. 

In de 12e eeuw, dus de periode voor het Slotfestijn, zijn er veel stormvloeden geweest en is in Noord-Holland veel land verloren gegaan. De bewoners rond de Hoeve hebben de stormvloeden van 1196 nog vers in het geheugen, toen het water van alle kanten kwam. Anderen weten nog van de grote vloed van 1170. Het water stond tot aan de muren van de abdij. Bij recente opgravingen bleek dat het water toen ook in Alkmaar veel heeft verwoest. Door dijkenbouw probeerden de monniken het land te beschermen.

De West-Friezen verloren veel land en konden nauwelijks nog graan verbouwen, want het overgebleven land was te nat geworden. Ook dat zal tot grote spanningen hebben geleid. Ze gingen meer over op veeteelt en kwamen dan naar onze gebieden, om dat te ruilen tegen graan, omdat hier op de geestgronden wel landbouw mogelijk was. 

Slotfestijn: De angst voor overstroming speelt, vooral voor familie in West-Friesland en bij Alkmaar. Bij ons valt het nog mee want de monniken zorgen voor dijkjes.

 


Het wapen van Egmond en de vlag
Zeker al sinds 1200 voerden de heren van Egmond een schild ‘van goud beladen met zes kepers van keel’(rood). Ook in het wapen van de abdij komt dit voor. Zo had de gemeente Egmond aan Zee zes kepers en Egmond-Binnen (met Egmond aan den Hoef) zeven. Bij de fusie van de drie Egmonden in 1978 kende de Hoge Raad van Adel vanwege het grafelijke verleden een zeldzaam wapen toe, met leeuwen en een kroon en twee jaar later een vlag, gebaseerd op het wapen, waarvan er maar een paar waren. 

Er wordt aan de rode  kepers een betekenis toegekend van adelijke deugden: edelheyt, starckheyt, vroemheyt, trouheyt, wijsheyt en rechtvaardigheyt.

Het wapen met de leeuwen is sinds de samenvoeging met Bergen al weer verleden tijd en hangt nu aan de buitenmuur van het Museum van Egmond. Maar de vlag is enkele jaren geleden weer tot leven gewekt. Het was de bemanning van de Pinck die in 2007 de Egmondvlag in de top van de mast hees en daarmee de Egmonders in het hart raakte.

Het was vervolgens Stichting Historisch Egmond die in 2008 de eerste duizend vlaggen bestelde en ze nu in alle soorten en maten verkoopt in enkele winkels en op de markt tijdens Egmondse dorpsfeesten (en natuurlijk bij het Slotfestijn).
Sindsdien wappert in de drie Egmonden overal het historische rood en geel. 
 

Geschiedenis is boeiend, maar soms ook verwarrend.
Het Slotfestijn blijkt de interesse voor de historie aan te wakkeren en velen zijn het boek van Kieviet gaan lezen. Op school leest de leerkracht het weer voor! Zo maakt een vertelling ook de kinderen nieuwsgierig naar de echte geschiedenis.

Wie verhalen en artikelen leest, komt echter wel eens verschillende omschrijvingen tegen, andere jaartallen en andere verhalen. Dat hoort ook bij geschiedenis. Het begon al bij het overschrijven van perkamenten door monniken. Toen is er wel eens iets mis gegaan. Ook zijn de inzichten soms veranderd door archeologisch onderzoek.
Bovendien lieten edelen de geschiedenis soms mooier maken dan de werkelijkheid. Het staat in prachtige boeken opgeschreven alsof het echt heeft bestaan: dat ze afstammen van Friese koningen en dat soort zaken. Het is de winnaar die de geschiedenis laat schrijven en daarom staan Kwade Wouter en Albert Banjaert zo prachtig vermeld als trouwe helpers van graaf Willem I van Holland. Het klinkt zo edelmoedig, en we geloven het graag, maar we kunnen er niet omheen dat de heren ook heel wat hebben aangericht.

Geloof dus niet alles van het internet, maar kijk wie het schrijft. Historici baseren zich op de echte bronnen van de geschiedenis: bodemvondsten, de annalen van Egmond, oorkondes, voorraadlijsten en andere stukken, vaak oorspronkelijk afkomstig van de abdij en verspreid geraakt, ook in het buitenland. Wat is teruggevonden wordt al eeuwen bestudeerd door wetenschappers en geleidelijk aan komen we steeds meer te weten over de historie. Vandaar dat er in nieuwe boeken soms andere dingen staan dan in oudere boeken.


 
Veel boeken over Egmond
Omdat Egmond een bijzondere plek was, zijn er erg veel boeken over onze geschiedenis. Egmonds amateurhistoricus Jan Lute vulde er tijdens zijn leven zijn historische bibliotheek mee. Wij zijn hem dank verschuldigd en ook aan zijn opvolger Jos Hof, die de eretitel ‘archivaris van Egmond‘ heeft gekregen en ons helpt waar hij kan.

Zo precies als Jos Hof is in alles wat hij doet, zo geeft hij ons toch een onverwachte goede raad. We hoeven geen grote zaak te maken van de allerkleinste details of van historische zaken die we toch niet zeker weten. Het is juist verstandig om die te relativeren om ten volle van het Slotfestijn te kunnen genieten.


Deze literatuur diende als historische basis voor het Slotfestijn 2012
 (* aan te raden voor beginners)

1. Annalen van Egmond, M.Gumbert e.a. Nieuw, wetenschappelijk boek, in bibliotheek en boekhandel
2. Annales Egmundenses in vertaling van drs.A.Uitterhoeve (o.a. in de bibliotheek)*
3. Genealogie der heren en graven van Egmond (1970 A.W.E.Dek)
4.  Adelbert en Egmond, G.N.M. Vis (verkrijgbaar bij de abdij)*
5. Egmondse Studieën onder redactie van G.N.M. Vis (div . uitgaven)
6. De Graven van Holland  D.E.H. De Boer & E. H.P.Cordfunke (Recent boek, bij de abdij en bij Hist.Egmond verkr.)
7.  De Abdij van Egmond,   E. H.P. Cordfunke  ( idem)*
8.  Kennemerland in prehistorie en middeleeuwen E.Cordfunke (archeologische schetsen 2006)
9.  Abdij van Egmond, Pater J.Hof   (alleen nog via internet, dunne uitgave* in de abdij)
10. Egmond’s heden en verleden. Dom A. Beekman O.S.B.
11. Het kasteel van Egmond, A. C.M. Burger (o.a. bij Historisch  Egmond verkrijgbaar)*
12. Jean Roefstra, artikelen voor Hist. Genootscap Midden-kennemerland  over Albert Banjaert
13. Piet Hein Eikel die hierop zijn visie gaf vanuit het gezichtspunt van een Beverwijker
14. W. Schmelzer (Afbeeldinge ende levens beschrijving van de Heeren en Graven van Egmondt)
15. Bewogen kustlandschap, Rolf Roos (PWN, boekhandel Dekker)*
16. Duinen en mensen, Rolf Roos  (PWN, boekhandel Dekker)*
17. Geschiedenis van Alkmaar: artikelen van Jurjen Vis en Peter Bitter


Reacties
Onze geschiedenis is onderwerp geweest van vele studies in binnen- en buitenland. Er zijn nog altijd wetenschappers en amateur historici die er mee bezig zijn, en wie weet waar die nog achter komen. Ook dit stuk, hoe zorgvuldig ook gemaakt, is maar een versimpelde weergave van de historie en zal altijd door iemand anders verbeterd kunnen worden. Graag zelfs. Uw reactie is welkom via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.