Egmond-Binnen

  1. Egmond-Binnen: geschiedenis
  2. De naam Egmond
  3. Welkom in historisch Egmond-Binnen
  4. De Abdij van Egmond
  5. Kaarsenmakerij, abdijwinkel en galerie
  6. Nederlands Hervormde Kerk
  7. Sint Adelbertus
  8. Adelbertusakker en Adelbertusput
  9. Monnikenpad
10. Rinnegom

 

Egmond-Binnen is een mooi en levendig dorp met een bijzondere historie die wij hier kort vertellen. In de andere stukjes gaan wij er iets dieper op in en geven wij ook bezoekersinformatie. Uw reacties zien wij graag tegemoet. © Stichting Historisch Egmond. Overname van gegevens alleen na overleg, en met verwijzing naar www.historischegmond.nl

 

1. Egmond-Binnen: geschiedenis in het kort

Strandwal. In Egmond-Binnen ligt de oorsprong van de graafschap Holland en van de drie Egmonden. Ver voor onze jaartelling leven hier op een strandwal onder moeilijke omstandigheden al boeren en vissers. Sporen daarvan zijn uitgewist door de zee of bedolven onder vele meters stuifzand. In de 7e eeuw daalt de zeespiegel en ontstaat een nederzetting op de plek waar nu de Adelbertusakker is. Dit is het oudste Egmond, dat in oude geschriften ook wel Eckmunde, Hecmunde of Egmunde heet.

Sint Adelbert van Egmond. Iers/Engelse monniken zoals Willibrordus en zijn metgezellen landen rond 690 met een bootje op de kust om in de Lage Landen het evangelie te verkondigen. Of Sint Adelbert daar dan al bij is, staat niet vast, maar volgens de overlevering komt hij na enige omzwervingen in de omgeving van Egmond terecht. De legendes en jaartallen nemen we niet letterlijk, maar de eenvoud, beminnelijkheid en open levenshouding van de monnik, spreken mensen aan tot op de dag van vandaag. Adelbert sterft rond het jaar 740 en zijn volgelingen bouwen een kerkje op zijn graf in het oude Egmond. Pelgrims komen het ‘wonderdadig’ gebeente vereren en de kerk bouwt daardoor een groot landbezit op. Bijna twee eeuwen later gaat het graf weer open…

Hallem. In het jaar 922 geeft koning Karel de Eenvoudige van West-Francië deze kerk te Egmond met al het grondbezit eromheen in leen aan Dirk I, de eerste graaf van Holland. Dit is een belangrijke gebiedsuitbreiding, alleen schijnt het rond de kerk nogal te stuiven. De bewoners van Egmond trekken geleidelijk aan landinwaarts naar het oude Hallum en de naam Egmond verhuist mee en gaat later over op Hallem. Egmond-Binnen heette dus vroeger Hallem.

Heilige bron. Dirk I sticht in Hallem in hetzelfde jaar een nieuw houten kloostertje en -met pauselijke toestemming- laat hij het gebeente van Sint Adelbert daar naar overbrengen. Op de plek van het oorspronkelijke graf welt helder duinwater op en nu zijn er twee bedevaartplaatsen. De bron – die later de Adelbertusput heet – trekt pelgrims aan die er genezing zoeken.

Abdij. Dirk I laat in het kloostertje 20 nonnen bidden voor het zielenheil van de grafelijke familie. De relieken van Sint Adelbert trekken veel belangstelling, maar het kloostertje krijgt twee maal brand. Omstreeks 950 laat Dirk II, zoon van Dirk I, een stenen abdij bouwen en voor de nonnen komen monniken uit Gent in de plaats. De zoon van Dirk II is de invloedrijke aartsbisschop van Trier die hier zijn gunsten verleent want kerk en staat zijn nauw met elkaar verweven. De graaf en zijn gemalin Hildegardis schenken de abdij een kostbaar handgeschreven evangelieboek versierd met goud en edelstenen en een gouden altaar. Zes eeuwen later nemen de monniken het boek mee als ze moeten vluchten. Veel kerkschatten gaan verloren maar het Evangelarium blijft bewaard en is nu in Den Haag.

Benedictijner monniken. Door toedoen van de graven van Holland krijgen de monniken zeggenschap over uitgestrekte gebieden. Het beheer geven zij in handen van rentmeesters die de functie erven en steeds machtiger worden: de stamvaders van het geslacht Egmont met een eigen slot en slotkapel. In het boek van pater Jan Hof over de abdij (zie de Egmond-collectie in de bibliotheek van Egmond) lezen we pikante details over de onderlinge strijd en andere perikelen. De monniken hebben grote invloed op het ontginnen en bedijken van het gebied en op het vervoer over de vaarwegen. Al rond 1050 leggen zij de Zanddijk aan, later ook de Hogedijk en de Krommedijk. In het scriptorium van de abdij schrijven ze boeken over en ze vervaardigen nieuwe, zoals de Annalen van Egmond (±1100). Zo ontstaat er een rijke bibliotheek. Omstreeks 1300 is de abdij op haar hoogtepunt en een vermaard centrum van gebed, kennis en cultuur.

Verwoesting. In 1568, aan het begin van de 80 jarige oorlog, plundert afgedankt krijgsvolk van Hendrik van Brederode de abdij. In 1572 vernielt de bende van Sonoy de bibliotheek en een jaar later steken geuzen de gebouwen in brand. Van het middeleeuwse klooster resten dan de beschadigde abdijkerk en Buurkerk. De gehavende torens zijn nog eeuwen een baken voor de scheepvaart. Herbouw blijft heel lang een ‘roomsche droom’, ook door anderen gesteund. Pas in 1934 verrijst een nieuwe abdij en in 1935 komen er weer monniken naar Egmond-Binnen.

terug naar boven

2. De naam Egmond

Eckmunde. De herkomst van de naam Egmond is niet duidelijk. In 922 schrijft men de naam ‘Ekmunde’, in 1063 ‘Egmunde’, in 1064 Eckmunde en tussen 1083 en 1120 ‘Heckmunde’. Pas rond 1330 lezen wij weer ‘Egmunde’ dat na 1350 ‘Egmonde’ wordt. Over deze naam hebben al velen zich het hoofd gebroken. Men heeft zelfs een riviertje ‘de Egge’ bedacht en ook de edelman Eggo die voorkomt in een van de legendes over Sint Adelbert moet vanwege de plaatsnaam een kind van de verbeelding zijn geweest. Ook is geen bewijs gevonden voor de veronderstelling dat Romeinen de nederzetting rond het eerste kerkje van Sint Adelbert een omheinde vesting ofwel ‘Hagamundi’ noemden.

Egmond of Egmont? De familienaam van de roemruchte heren en graven van Egmond schrijven we in elk geval als ‘Egmont’. Maar met de d of t neemt men het bij het schrijven van de plaatsnamen in vroeger tijd niet zo nauw. Als de hoeve van de rentmeesters van de abdij steeds groter en machtiger wordt, krijgt de nederzetting er omheen de naam Egmond op den Hoev en dit is nu officieel Egmond aan den Hoef. Nog niet zo heel lang geleden was het Egmond aan de Hoef en Egmonders spreken ook van ‘de Hoef’. Het oude vissersdorp Egmont op Zee heet nu Egmond aan Zee, en in het spraakgebruik ter plaatse ook wel ‘Egmond Zee’.

Hallum. Het oudste Egmond was dus gelegen op de plaats waar nu de Adelbertusakker is. Als dit gebied onderstuift, verhuizen de bewoners een kilometer landinwaarts naar Hallem, gelegen op een oude duinrug (het huidige Egmond-Binnen) en de naam Egmond gaat over op Hallum. De uitgang um betekent hiem of heim. In Friesland bestaat nog steeds de plaats Hallum en de meest westelijke plaats op Ameland heet Hollum. Opvallend zijn de overeenkomsten tussen die plaatsen en ons ‘Egmondse Hallum’. (Zie Geestgronden, april 2007).

terug naar boven

3. Welkom in historisch Egmond-Binnen

Dorpje met lange historie. Egmond-Binnen is een mooi en levendig dorp dat is ontkomen aan grootschalige ontwikkeling en waar je nauwelijks iets merkt van toerisme. De ligging kan haast niet mooier met aan de ene kant een oud weidelandschap dat nog door de monniken is vormgegeven en aan de andere kant de duinen en de zee. De bijzondere sfeer rond het markante Benedictijner klooster trekt –net als in vervlogen tijden – mensen aan van heinde en verre maar het zijn er niet zo veel dat het opvalt. Het fraaie protestantse kerkje naast de abdij heeft een oude historie en het voormalige schuilkerkje aan de Kloosterweg dat de paters in de oorlog gebruikten, verbergt wandschilderingen. Lang niet alle bezoekers weten dat een stukje verderop aan de duinvoet de Adelbertusakker ligt, een oude pelgrimsplaats. Vrijwilligers zetten zich er voor in om de historische locaties van Egmond-Binnen ook voor de toekomst veilig te stellen.

R.K. Adelbertuskerk. Met vereende krachten is deze kerk tot stand gekomen in 1964 en het is een belangrijk dorpscentrum bij gebeurtenissen van leven en dood. Tot die tijd gaan de Egmond-Binders sinds 1859 naar de kerk in Rinnegom en heel lang is dat te voet. In de kerk herinneren o.a. een prachtig glas- in- loodraam, een wandkleed en een beeld aan Sint Adelbert maar er komen geen pelgrims naar de kerk. Het moderne gebouw is licht, sober en smaakvol ingericht. De kerk is niet open voor bezichtiging maar als de klokken luiden is iedereen welkom.

Dorpsverhalen. In de voormalige herberg café Swart en in de Abdijlaan, zijn kelders met gewelven gevonden. De geruchten dat die verbonden zouden zijn met een geheime gang naar de abdij of nog erger: van de abdij naar het klooster van de Liobazusters, behoren tot de mooie dorpsverhalen. Het dorp van vroeger is sterk veranderd zoals dat nu eenmaal gaat. Er zijn nog enkele dorpswinkels, cafés en er is een echte dorpspomp. Verdwenen zijn: de school van meester Verheggen, de scheerwinkel van Huug Zentveld, het postkantoor van Piet Melker, het winkeltje van Trien Lute, de drogisterij van Anna (…) Zentveld, de melkzaak van Meindert Beentjes, de slagerij van Jaap Overpeld (later Stuifbergen), de schoenmakerij van Kees Verhoogt, de oude vrachtwagen van Jan Bakker en de bussen van Bak. We noemen nog een paar onvergetelijke dorpsfiguren: Jan Kool met zijn ‘paardewagen’, Piet Klaasen de groenteboer, Jaap van der Molen de bakker, Pé de Ket en niet te vergeten Pepie Bammeles met zijn ‘hondekar’. Wat rest zijn oude foto’s en herinneringen die nog worden doorverteld thuis bij Tervoort, Melker, Levering, Apeldoorn, Lute, Baltus, Baart, Gaarthuis, Liefting, Admiraal, Zuurbier, de Haan, Kramer, v.d Reep en bij al die andere Egmond-Binders. Ja, we kunnen ze toch niet allemaal opnoemen? Historisch Egmond zoekt mensen om die verhalen op te schrijven zodat we ze niet vergeten.

Rivaliteit. Voor 1978 vormt Egmond-Binnen met Egmond aan den Hoef een aparte gemeente en men zit hier niet te wachten op een fusie met Egmond aan Zee. Toch gebeurt het en inmiddels is het zelfs gemeente Bergen. Een actieve dorpsvereniging komt op voor de belangen van het dorp. Egmond-Binders voelen zich vaak bevoorrecht boven de andere Egmonders en zijn maar zelden geneigd om naar ‘de Hoef’ of ‘Egmond Zee’ te verhuizen, terwijl het omgekeerd wel gebeurt. De rivaliteit tussen de drie dorpen is nog altijd niet helemaal verdwenen. Toch is het meestal goedmoedige spot. Een uitdrukking die in de andere dorpen wel met bewondering wordt uitgesproken is: “In Egmond-Binnen kan alles.”

Kern met Pit. Traditiegetrouw is de onderlinge verbondenheid groot en het dorp steunt een rijk verenigingsleven. In Egmond-Binnen gaan ze graag zelf hun gangetje en het lukt ze zo goed dat ze enige jaren geleden een prijs hebben gewonnen als kleine Kern met Pit. Op het kerkplein is vanuit particulier initiatief een muziektent geplaatst waar muzikale en culturele manifestaties zijn. In de nabijheid is ook een jeu de boules baan. Elk jaar is er in de zomer het grote dorpsfeest ‘Egmond op zijn Kop’ met activiteiten zoals de grijze markt, sportwedstrijden en straatspelen. Tegenwoordig is er dan op zondag een mis op de Adelbertusakker gevolgd door een dorpsbrunch en veel muziek. Een jong bestuur zet de schouders eronder en natuurlijk leeft heel Egmond-Binnen mee. Het is een bijzonder dorp en dat is het!

Bereikbaarheid.Parkeren is nergens een probleem en overal gratis. Het openbaar vervoer is op een enkele bus uit Castricum na, beperkt tot de buurtbus en de OV-taxi. Het is geen slecht idee om op het station van Castricum een fiets te huren, want het is een mooie rit langs de duinen. Op deze site staat uitgebreide informatie over het openbaar vervoer en over wat er nog meer in de Egmonden is te doen.

terug naar boven

4. De Abdij van Egmond

Geschiedenis. In 1933 begint de herbouw van het klooster o.l.v. bouwmeester A.J. Kropholler, die ook het kloostermeubilair ontwerpt. In 1935 komen monniken uit Oosterhout de ‘Priorij van Sint Adelbert’ bevolken en in 1945 beginnen zij een kaarsenmakerij om in hun levensonderhoud te voorzien. De abdij breidt steeds meer uit en de verheffing tot Benedictijner abdij is in 1950. De karakteristieke gebouwen van de Sint Adelbertabdij zijn in de wijde omgeving in het landschap te zien. Op het terrein van de abdij is het sobere kerkhof van de paters. Er zijn middeleeuwse putten, bakstenen schuilkelders met gewelven en een grafsteen van Floris I. Tussen de abdij en het protestantse kerkje is ergens nog een stukje van een middeleeuwse muur van kloostermoppen. Bij de abdij behoort tevens een boerderij die sinds 1989 niet meer door de paters wordt bestierd maar door een boer. Ook is er een vlindertuin en de stichting Pom beheert een boomgaard met oude fruitrassen. Over de lange historie van de monniken in Egmond en van hun betekenis valt nog heel veel meer te vertellen.
De Sint Adelbertabdij is natuurlijk in de eerste plaats het huis van een groep monniken die een sober leven leiden van gebed: ‘Vacare Deo’ (vrij zijn voor God) een leven volgens de regel van Benedictus.

Welkom in de abdijkerk. Deze is gelegen aan de dorpskant van de abdij aan de Abdijlaan 26 te Egmond-Binnen. De paters –die zelf wat klein in getal zijn - stellen het zeer op prijs als u de kerk bezoekt en dat kan dagelijks tussen 07.00 uur en 21.00 uur. Een groot bord aan de kaarsenmakerij nodigt u uit om ook de gebedstijden mee te vieren: 07.00 uur ochtendgetijden of lauden, 09.30 uur Eucharistieviering, 12.30 uur middaggetijden, 17.00 uur avondgetijden of vespers (niet op donderdag) en 20.30 uur dagsluiting of completen. De misviering op zondag kan druk zijn. Tussen de diensten is een bezoek aan de kerk om stil te verblijven dus ook mogelijk De overige gebouwen van de abdij zijn niet meer voor bezoek opengesteld en de indrukwekkende bibliotheek blijft gesloten sinds er tijdens open dagen kostbare boeken zijn ontvreemd. Er is een gastenverblijf en u kunt zich opgeven voor bezinningsdagen. De kaarsenmakerij en de abdijwinkel zijn dagelijks, behalve op zondag open.

Relieken van Sint Adelbert. Wat nog over is van het gebeente van Sint Adelbert, is sinds 1984 opgeborgen in een perspex kistje in het hoogaltaar van de abdij. Dat heeft een lange geschiedenis. Het houten kloostertje van Dirk I verbrandt twee maal, zo blijkt ook bij opgravingen. Er is waarschijnlijk dan al weinig meer van over dan verkoolde stukjes van schedeldak, dij- en scheenbeen en een later toegevoegd perkamenten reliekstrookje van ‘sancti Adhelberti’uit de 10e eeuw. Nog voor de verwoesting van de abdij brengen de monniken de relieken in Haarlem in veiligheid in een houten met leer overtrokken kistje. Eind 19e eeuw komt het kistje in de nieuwe Adelbertuskerk te Rinnegom en daarna in 1964 in de nieuwe Adelbertuskerk van Egmond-Binnen terecht. Deeltjes van het gebeente gaan naar andere Adelbertuskerken en benedictijner kloosters. Het gebeente wordt ten slotte teruggegeven aan de abdij waar het thuis hoort. Op 24 juni 1984 brengt een grote schare parochianen, pelgrims, priesters en monniken de relieken in plechtige processie van de Adelbertusakker naar de abdij, net als 1062 jaar tevoren… In 1995 onderzoekt G. Maat in Leiden enkele partikeltjes en daarbij stelt hij vast dat ze afkomstig zijn van een man van 40 à 50 jaar wiens gebeente in het tweede kwart van de tiende eeuw is verbrand.

Abdijmuseum. De abdij heeft hoogte- en dieptepunten gekend. Bij plunderingen en de verwoesting van de abdij gaan veel kerkschatten en boeken verloren of ze worden in veiligheid gebracht en komen op andere plekken terecht. Zo bewaart het gemeentearchief in Alkmaar oude boeken, die ook mogen worden ingezien. Pronkstuk van de Koninklijke bibliotheek te Den Haag is het Evangelarium van Egmond. Zo zijn er nog veel meer bijzondere schilderijen, gravures etc. in binnen- en buitenland. Of daarvan ooit iets terugkeert naar Egmond is de vraag maar ook de abdij zelf heeft nog wel het een en ander op zolder staan.
In de winter van 2007 is heeft de abdij een archeologisch museum geopend. Twee jaar ‘monnikenwerk’ door enkele gedreven historici in samenwerking met de paters, was hiervoor nodig. De expositie heeft de titel: “Bodemschatten van Egmond”   De historie van de Adelbertusabdij van Egmond, die teruggaat tot het jaar 922, wordt verteld aan de hand van archeologische vondsten, teksten, tekeningen, foto's en een kleurenfilm in twee versies. Er is namelijk een kortere film voor de jeugd. De monniken vertellen zelf de zo bijzondere geschiedenis. De openingstijden zijn gelijk aan de kaarsenmakerij.  Voor actuele gegevens zie rubriek Bezoek de Egmonden.

Contact. Informatie voor gasten geeft de gastenpater die u uitsluitend kunt bellen op maandag, dinsdag en vrijdagavond tussen 19.00 en 20.15 uur tel 072 506 1415 of kunt mailen. Zie ook de website van de abdij die zeer uitgebreid is en dagelijks actueel.
www. abdijvanegmond.nl

terug naar boven

5. Kaarsenmakerij, monastieke winkel en galerie

Ambachtelijk. In 1945 beginnen de monniken voor hun levensonderhoud een kaarsenmakerij in een oude boerderij pal naast het klooster. Omstreeks 1970 verbrandt de hoeve. Het vuur laait hoog op en de paraffine stroomt als lava naar buiten. De voorzienigheid helpt met een parochiaan die de paters een flinke erfenis nalaat. Daarvan is de huidige kaarsenmakerij gebouwd op het terrein van de abdij. Hier maken vooral vrijwilligers op ambachtelijke wijze kerkkaarsen, gelegenheids kaarsen en ‘gewone’ kaarsen van pure grondstoffen. Dit ambacht is in Nederland vrijwel uitgestorven. Eventueel worden de kaarsen beschilderd of men kan een opdruk bestellen. Een feest om te zien is de collectie Paaskaarsen. Het is een belangrijke inkomstenbron voor de monniken. De kaarsenmakerij is dinsdag t/m vrijdag om 15.00 uur gratis te bezichtigen.

Rondleidingen in de kaarsenmakerij. Een gids ontvangt u met koffie, thee en koek of gebak naar wens. In de kaarsenmakerij geeft hij uitleg over het ambacht van de kaarsenmaker en vertelt ook het een en ander over het leven van de monniken. Kinderen die met een groep komen, mogen hier zelf een kaars maken. Informatie via 072 506 2786 of www.abdijkaarsen.nl

De monastieke winkel. De religieuze winkel van “van Paridon” ofwel de abdijwinkel grenst aan de kaarsenmakerij en heeft daar ook zicht op. Ze is in 2007 uitgebreid zodat er nu meer plaats is voor de spirituele, religieuze en theologische boeken en kinderboeken. Ook zijn hier boeken te koop zoals de Egmondse Studiën en boekjes over Sint Adelbert en de abdij. De sfeer is heel apart en u kunt hier kaarsen kopen uit eigen kaarsenmakerij, keramiek, iconen, beelden, kandelaars, honing, wijnen, abdijbier, confituren, kaarten, zeep, wierook etc. Er is een gratis route beschrijving van een fiets- of wandeltocht langs bijzondere plekken. De winkel is open van 10.30 tot 16.30 uur behalve op zondag (wel open op Adelbertus zondag). Er is tevens een galerie met wisselende exposities en u kunt hier iets drinken. Alles is gelijkvloers en gratis toegankelijk. Toiletten en parkeerruimte zijn aanwezig. Vanuit de winkel loopt een pad naar de abdijkerk waar u de hele dag welkom bent.

terug naar boven

6. Nederlands Hervormde kerk

De Buurkerk. De Buurkerk die de voorloper is van het huidige protestantse kerkje, dateert uit de 12e eeuw met een toren van eind 1400. Het is de parochiekerk van Egmond-Binnen omdat ze blijkbaar niet terecht kunnen in de abdijkerk. In 1573 wordt bij de verwoesting van de abdij ook de Buurkerk zwaar beschadigd en in 1589 stort het middenschip in. Het katholieke geloof is dan al verboden. De protestantse gelovigen komen nog ruim twee eeuwen bij elkaar in het koor dat nog wel overeind staat, net als de toren die pas in 1822 het veld moet ruimen. De slopers ruimen ook het puin op van het middenschip. Het wordt wel eens tijd, want het ligt er dan al 250 jaar.

Het eerste protestantse kerkje. Het kerkje aan de kop van de Abdijlaan met een linden laantje als toegangsweg, is van grote schoonheid en historisch belang. In 1836 mag meester timmerman Cornelis Nat het koor van de Buurkerk steen voor steen slopen. Met de oude materialen moet hij een nieuw kerkje zien te bouwen voor 2000 gulden. Hij zoekt de minst beschadigde grafzerken uit voor de vloer en legt ze waterpas en ook het kerkmeubilair komt uit de Buurkerk. Daartoe kort hij de mannenbanken in, repareert ze en vermaakt ook de trap. Het houten torentje is –gelukkig maar voor de timmerman - niet inbegrepen, dat komt later.

De kerk nu. In 1914 is het P. Rozing die de kerk ingrijpend verbouwt. Er komt er een nieuwe muur omheen, maar de achtermuur, gemaakt van de Buurkerk, blijft wel intact. Het uurwerk uit de Buurkerk wordt ‘wederom uitgenomen en in de nieuwe stenen toren geplaatst’. Van de vele oudheden noemen we de grafsteen van Isaac Lemaire (1558 - 1624), een van de oprichters van de V.O.C., de preekstoel uit 1712 en de rouwborden. Het fraaie kerkscheepje is uit 1909. Bijzonder is ook het kabinetorgel uit 1762, gebouwd door J.P. Hilgers. Het kerkhof en de tuin erachter loopt over in de tuin en het kerkhof van de abdij en ook daar ligt veel geschiedenis. Er zijn plannen om dit gebied op te waarderen en de status van monument te geven.

Openstelling. Elke eerste zondag van de maand is hier om 10.00 uur een dienst en verder zijn er af en toe exposities en concerten. Tijdens Open Monumentendagen is de kerk altijd open van 10.00 tot 17.00 uur met een expositie. Inlichtingen over het orgel, concerten en bespelingen: per e-mail: humass@hetnet.nl.

terug naar boven

7. Sint Adelbertus

Friezen. Volgens de overlevering komt de monnik Adelbert rond het begin van de achtste eeuw vanuit Ierland naar onze streken om het evangelie te verkondigen. Hij is een tijdgenoot van de Engels/Ierse Bonifatius en van Willibrordus die de ‘gevaren trotseren van de wijde zee’ om in Fresia en Germania het heidendom uit te bannen. In deze landen aanbidt men immers nog de Skandinavische Goden zoals Wodan, Donar en Odin. Fresia is het gebied boven de grote rivieren en de Friezen die hier wonen, worden soms als barbaars afgeschilderd. In 719 sterft Radboud, de koning van de Friezen. De macht gaat over op de Franken die het wel goed uit komt als die onhandelbare Friezen in deze streken Christen worden. Of Adelbert daar weet van heeft is een andere zaak.

Sint Adelbert van Egmond. Zijn naam spelt men wel eens verschillend: Adhelbert, Adalbert, Aelbert of Albert. Adelbert moet een idealist zijn geweest voor wie landsgrenzen niet tellen. Geen geleerde maar een doener die is wat hij predikt. Hij verlaat zijn land en treedt de wereld tegemoet met een open oog voor de noden van de mensen. Een charismatische man die veel mensen aantrekt en daarom af en toe de rust zoekt in de kleine nederzetting Egmond waar hij vriendschap sluit met de mensen. Je zou hem kunnen beschouwen als de allereerste vakantieganger. De legendes, wonderen en jaartallen nemen we niet letterlijk, maar de eenvoud, beminnelijkheid en open houding van de monnik spreken mensen aan tot de dag van vandaag.

De kerk te Egmond. Adelbert sterft omstreeks het jaar 740, mogelijk rond de langste dag. Dat zou tenminste de merkwaardig precieze datum van 25 juni verklaren. Dan begraven zijn volgelingen hun geliefde Sint Adelbert in het duinzand van de nederzetting Egmond op de plaats die nu de Adelbertusakker heet. Ter ere van hem bouwen zij hier een houten kerkje, dat in de eeuwen erna meermalen wordt vervangen. Dankzij het ‘wonderdadige’ gebeente komen er veel pelgrims en bouwt de kerk te Egmond veel grondbezit op.
In het jaar 922 geeft koning Karel III de Eenvoudige van West-Francië deze kerk te Egmond met alles wat daartoe gerechtelijk behoort: ‘dienstlieden, beemden, bosschen, weiden, wateren en waterloopen’ aan zijn ‘getrouwen Dirk’. Dirk I is de eerste graaf van Holland en het nieuwe grondbezit legt een stevig fundament onder het graafschap Holland. Alleen, het schijnt daar aan de Westkant bij Egmond nogal te stuiven.

Hallem. Dirk I laat het gebeente van Adelbertus opgegraven en – met pauselijke toestemming - overbrengen naar het iets meer landinwaarts gelegen Hallem. De graaf heeft daar een kloostertje gesticht waar hij twintig nonnen laat bidden voor het zielenheil van de grafelijke familie. Voor de ‘translatie’ van het heilige gebeente geven de geschiedschrijvers meerdere redenen: stuifzand, aanvallen van Noormannen en de non Wilfsit - een van de twintig- aan wie Adelbert drie maal in haar droom zou zijn verschenen. De boodschap is dat zijn gebeente dat diep onder de grond ligt begraven, moet worden verheven en naar een plaats gebracht die geschikter is voor de aanbidding. We mogen aannemen dat Dirk I de Adelbertverering ook goed kan gebruiken om zijn macht over het gebied te verstevigen.

Adelbertusput. Op de plek van het oorspronkelijke diepe graf welt helder duinwater op. Misschien zouden we daar nu niet van opkijken, maar in de tiende eeuw beschouwt men dat als een heilige bron. Later noemt men dit de Aelbertsput of het Adelbertusputje. De nederzetting rond het kerkje raakt door het stuifzand steeds meer onbewoonbaar en de bewoners trekken weg naar Hallem. De naam Egmond verhuist mee en gaat omstreeks 1025 over op Hallem. Pelgrims komen naar de geneeskrachtige bron en opeens zijn er twee plekken van Adelbertverering en die zijn er nu nog. Destijds is dat vast niet de bedoeling geweest.

Levensbeschrijving. Van Sint Adelbert is niets anders bekend dan het gereconstrueerde levensverhaal dat de monnik Ruopert van Mettlach uit Trier ongeveer 250 jaar na de dood van Adelbert in het Latijn optekent: de ‘Vita Adalberti’ (±985). Hij doet dit in opdracht van de invloedrijke Egbert, aartsbisschop van Trier, die de zoon is van Dirk II, de 2e graaf van Holland.
Omdat historici de herkomst van de levensbeschrijving wel eens hebben betwijfeld, is veel onderzoek gedaan. Daarbij is vastgesteld dat de ‘Vita’ inderdaad zijn te dateren op het einde van de 10e eeuw. Historicus G.N.M. Vis stelt in het boekje ‘Adelbert en Egmond’ vast dat de schrijver zijn taak serieus heeft opgevat. Hij baseert zich op dan bestaande geschriften en houdt de beschrijving van Adelbert zelf kort. Het zijn vooral de latere ‘geschiedschrijvers’ die het levensverhaal van Sint Adelbert oppoetsten en van hem een Engelse koningszoon maken die aan de lopende band wonderen verricht. In de monastieke winkel van de abdij is het boekje te koop. Daarin staat ook de vertaling van de ‘Vita Adalberti’, het oudste Egmondse handschrift.

Patroonheilige. Sint Adelbert is de apostel van Kennemerland, patroonheilige van de Abdij van Egmond, ‘huisheilige’ van de Graven van Holland, patroonheilige van Egmond-Binnen, van o.a. de Adelbertuskerk én van de plaatselijke voetbalvereniging. Na dertien eeuwen is hij nog altijd geliefd en inspirerend.

terug naar boven

8. Adelbertusakker en Adelbertusput

Heilige plaats. De Adelbertusakker is de oudste historische plek van de Egmonden, een bedevaartsoord voor de monnik Adelbertus die hier het Christendom heeft gebracht. De akker ligt aan de Oude Schulpweg bij nummer 18. Dit prachtige stille plekje kunt u elke dag vrij bezoeken. Het is ruim 10 minuten ‘gaans’ van Egmond-Binnen over een rustige weg. Ander vervoer kan ook. Open de poort, neem hier de tijd en drink gerust het water uit de put. Volgens overlevering van bijna 13 eeuwen zal het u sterken en wellicht ook genezen. De zandstenen muurtjes lijken ervoor gemaakt om de pelgrim een rustplek te geven. Zij vormen de contouren van het tufstenen Adelbertuskerkje dat hier in 1113 is gebouwd en dat waarschijnlijk in 1573 tegelijk met de Abdij is verwoest.

Kapelletje. Bij archeologisch onderzoek in 1920 en 1924 vindt prof. Holwerda de fundamenten van dit kerkje. In de jaren erna wordt het grondplan ervan met zandsteenblokken aangegeven. In 1934 bouwt Jan Apeldoorn (Jan de timmerman) in opdracht van de Abdij een halfopen kapelletje op de akker. In de eerste helft van 2007 wordt deze kapel gerenoveerd en op Adelbertuszondag ingewijd. De akker wordt na het verlies van de ‘kathedraal’ van Iepen, die gekapt moesten worden wegens de iepen ziekte, weer steeds mooier. Zo staan er enkele houten beelden, door kunstenaar Jos Apeldoorn (kleinzoon van Jan de timmerman) gesneden uit de gekapte bomen. Er is ook een kleine devotiekapel met een afbeelding van Sint Adelbert die is ontleend aan het Egmondse Evangelarium.

Pelgrims. Door de eeuwen heen is dit een populaire bedevaartsplaats en Sint Adelbert blijft tot de verbeelding spreken. Fraaie verhalen over genezingen van oogziektes en andere wonderen, maar ook zijn eenvoud en beminnelijkheid maken hem sympathiek. In de middeleeuwen wordt het Adelbertusfeest gecombineerd met kermis en markt. (Eigenlijk een soort Egmond op zijn Kop ...)Zo schrijft Arend van Buchel in 1591 in zijn dagboek dat jaarlijks op het feest van Sint Adalbert een zeer grote menigte naar Egmond komt ‘om het wonderdadig putje te vereren’. Er zijn ook tijden van teruggang en verval, maar altijd volgt er weer een opleving zoals in 1909 als de St. Adelbertstichting in het leven wordt geroepen. De put die dan ‘midden op een armelijk bouwlandje‘ ligt, verdient een betere ambiance.

Adelbertusakker. Als in 1921 het weiland wordt gekocht van de hervormde gemeente, ligt de inrichting van de Adelbertusakker in het verschiet. Vanaf 1926 wordt elk jaar op de laatste zondag van juni het Adelbertusfeest gevierd. Er zijn dan Eucharistievieringen in de openlucht. De vroegmis om 7.00 uur met samenzang én vogelgezang en om 10.00 uur een plechtige viering met meerdere voorgangers, koren en de muziekvereniging. De bedevaartgangers kunnen ook de relieken van Sint Adelbert vereren. Op die dag staat de akker vol met stoelen en het kan er behoorlijk druk zijn. Nog altijd komen er pelgrims uit plaatsen als Amsterdam, Haarlem en Spaarndam, maar meestal niet meer te voet zoals vroeger. Na afloop van de openluchtmis is er een koffieconcert in de tuin van de Abdij door muziekvereniging Eensgezindheid.

Bijdragen. De Stichting Adelbertusakker is een groepje vrijwilligers dat werkzaamheden doet en geld inzamelt voor onderhoud en renovatie. Dit uit naam van de eigenaar de Abdij. Dankzij sponsors is ongeveer de helft van het benodigde geld bijeen gebracht. Bijdragen zijn welkom op giro 145720 ten name van Stichting Adelbertusakker. Informatie: Jos Apeldoorn, Visweg 12, tel 072 5062410 of Peter Lassooy, Sint Adelbertusweg 38 tel.072 5066186.

terug naar boven

9. Monnikenpad.

Landschapsprijs. Stichting de Wielenmaker heeft recentelijk een landschapsprijs gewonnen met de uitgewerkte plannen voor een Monnikenpad rond Egmond-Binnen. Het is nog lang niet zo ver, maar van alle kanten –ook van de abdij – komt steun en bijval voor dit project. Wie het monnikenpad bewandelt, komt onder meer langs de jaagpaden van de Egmonderbinnenvaart, langs door monniken aangelegde dijkjes en andere merktekens in het landschap die verwijzen naar een geschiedenis van meer dan duizend jaar. Het pad sluit bij de Zeeweg aan op andere jaagpaden zoals naar de slotruïne op Egmond aan den Hoef. Deze route gaat terug langs de duinen bij de Bleek en via de Adelbertusakker weer naar de abdij.

Schulpstet. De plannenmakers hebben tal van ideeën uitgewerkt om accenten in het landschap aan te brengen om zo het unieke verleden van deze streek levend te maken. Ook de ecologische waarden krijgen alle aandacht en de Adelbertusweg zou een Lindenlaan kunnen worden. Bovendien willen ze het oude haventje (Schulpstet) herstellen en een houten bruggetje dat in de oorlog is verdwenen. Zo lang dat bruggetje er nog niet is, kunt u de wandeling al maken als u begint te lopen bij de Doelen. Veel informatie staat op www.wielenmaker.nl. Via Stichting de Wielenmaker kunt u ook aan excursies deelnemen. De stichting beheert aan de Sint Adelbertusweg 38 een heemtuin en is ook op andere wijze actief op het gebied van natuur en milieueducatie, landschap en cultuurhistorie. Er zijn regelmatig open dagen en bijzondere activiteiten.

terug naar boven

10. Rinnegom

In een afschrift uit 1420 van een oudere oorkonde wordt gesproken over de plaats Rinnegom. Het betreft hier een oorkonde die de namen bevat van de dienstlieden van de Abdij van Egmond die in de Noord-Hollandse plaats Rinnegom wonen. Rinnegom ligt ten noorden van de Abdij van Egmond en is nu een buurtschap gelegen tussen Egmond-Binnen in het zuiden en Egmond aan den Hoef in het noorden. Rinnegom, oudtijds Rinighem (voor 989) is samengesteld uit de riviernaam de Rijn en “hem” en betekent derhalve plaats aan de Rijn. Deze benaming berust op de vroeger, ook nog in de 17e eeuw, verspreide mening dat hier in de omgeving van Egmond de Rijn in zee zou zijn uitgemond.

terug naar boven